Toen het mechanisch vervoer de paardentrakties ging vervangen, werden ook de routes die de postkoetsen reden opgeheven. Op een gegeven moment besloten een aantal enthousiaste Engelse rijders om een oude traditie voort te gaan zetten en gezamenlijk gingen zij met hun vierspannen verschillende oude routes rijden, uit puur enthousiasme. Deze diensten verliepen als volgt: Het vertrek van de oude postkoetsen was vanaf het postkantoor in Londen. De paarden, de tuigen en de koetsen werden uitvoerig geïnspecteerd voor de start, want er mocht onderweg niets kunnen gebeuren dat het tijdschema van de postkoetsen in de war kon sturen. Ook ging er een verantwoordelijk persoon mee, die het tijdschema controleerde. Er moest met een bepaald tijdschema worden gereden, want er waren verschillende soorten terreinen waarop gereden moest worden.Op een heuvelachtig terrein ging het bijvoorbeeld langzamer dan over een mooie vlakke weg, waarbij een rustig tempo kon worden aangehouden. Er waren onderweg natuurlijke wegversperringen.
Enkele van de ernstige situaties die de postkoetsen konden overkomen was bijvoorbeeld een ingestorte brug, een omvergewaaide boom over de weg en ook gaten in de weg. Deze obstakels of hindernissen moesten uiteraard worden overwonnen om de route verder te kunnen afleggen. Maar ook raakten de postkoetsen door deze versperringen achter op hun tijdschema, waardoor de koetsiers hun aanspanningen in galop moesten aanzetten om dit weer in te halen. Deze liefhebberij heeft er tenslotte in geresulteerd dat dit vierspanrijden als discipline bij de paardensport erkenning kreeg.
De wedstrijden
Uit deze geschiedenis van postkoetsrijden zijn verschillende, zeer herkenbare wedstrijdonderdelen voortgekomen. In december 1968 heeft de Féderation Equestre Internationale (FEI) de opdracht gegeven aan Sir Ansell, een Engelse kolonel, om een reglement op te stellen waarin duidelijk de disciplines van het vierspanrijden als wedstrijdreglement werden opgesteld. Deze reglementen zijn zo opgesteld, dat er niet alleen wedstrijdbepalingen voor vierspannen zijn, maar ook voor de tweespannen, tandems en enkelspannen gelden; zowel voor paarden als voor pony’s. Inmiddels is het wedstrijdrijden als sport van wereldklasse uitgegroeid. De samengestelde menwedstrijden kregen reglementair verschillende onderdelen en bestaan uit een drietal proeven.
De dressuur vormt na de openingsceremonie het eerste officiële onderdeel van het wereldkampioenschap vierspannen in Mariënwaerdt. Dit gracieuze deel wordt over twee dagen verreden.
Bij de dressuurproef gaat men van hetzelfde principe uit als een dressuurproef onder het zadel, een aantal verplichte oefeningen worden verreden zoals halthouden, achterwaarts, stap, draf, uitgestrekte draf en figuren zoals een volte met één hand. Alleen galop wordt niet gevraagd. Een jury van 5 personen beoordeelt de aanspanning en de koetsier op juistheid van de gangen, correct rijden van de figuren, samenspel van de paarden, vaardigheid van de koetsier enz. enz. De dressuur wordt met een speciaal rijtuig gereden, een mooie koets met de koetsier in pak met authentieke kleding en de grooms achterop als niet-bewegende beelden.
De marathon wordt gehouden op zaterdag en is het koningsnummer van het wereldkampioenschap, aangezien dit het meest spectaculaire onderdeel is en enorm veel publiek trekt. Hier wordt niet alleen het uithoudingsvermogen van de paarden getest (een marathon bestaat uit totaal zo'n 17 kilometer), maar tevens de stuurmanskunsten van de menner en de gehoorzaamheid én snelheid van de paarden.
Het rijtuig is verruild voor een sterke marathonwagen die tegen een stootje kan. Allereerst moeten er diverse trajecten (draf, stap) worden verreden alvorens de hindernissen worden genomen. De acht hindernissen (waterpartijen, heuvels, bomen, bruggen enz.) bestaan uit een aantal poorten die in de goede volgorde, maar vooral zo snel mogelijk gereden moeten worden. Kantelen van marathonwagens, grooms die van de wagen afvallen, het hoort er allemaal bij, maar de winnaar heeft nooit dit soort problemen. De winnaar van dit onderdeel is degene die de trajecten foutloos rijdt en de snelste is in alle hindernissen.
Dit wedstrijdonderdeel wordt als laatste verreden en wel op de zondag van het WK. Het is vaak het spannendste onderdeel voor deelnemers én publiek, want elk balletje dat er afvalt, kost 3 strafpunten en als men zich bedenkt dat het onderlinge verschil in een marathon vaak luttele seconden bedraagt (en dus ook luttele strafpunten), dan kan zo'n balletje 'hard aankomen'.
De vaardigheid wordt met hetzelfde rijtuig gereden als in de dressuur. Er is een parcours uitgezet met oranje kegels (vergelijkbaar met pionnen die men soms bij wegwerkzaamheden ziet) met daarop een balletje. Tussen die kegels is er slechts ruimte voor het rijtuig (spoorbreedte) + 30 cm. Dat wil dus zeggen dat men 15 cm aan elke kant van een wiel heeft, en daar tussendoor moet een koetsier zijn paarden en rijtuig foutloos manoeuvreren binnen een bepaalde tijd.
In elk wedstrijdonderdeel vallen strafpunten te behalen en het komt er op neer, dat degene die de minste strafpunten heeft verzameld, mag zich twee jaar de beste van de wereld noemen! Voor de landenwedstrijd geldt dat van de drie menners per land, de beste twee resultaten per onderdeel tellen.








