De Heerlijkheid Mariënwaerdt is een landgoed van 900 hectare in de Betuwe, gelegen in de kom van de rivier de Linge, middenin het rivierengebied tussen de plaatsjes Beesd en Tricht, in de gemeente Geldermalsen.
Mariënwaerdt wordt ook wel het openluchtmuseum van het rivierengebied genoemd. Het is een agrarisch natuurgebied met uitgestrekte akkers, boomgaarden, bossen en weilanden. Langs de beroemde Appeldijk staan oude hoogstam appelbomen die in de lente een zee van bloesem geven. Andere dijken en lanen tellen honderden walnotenbomen die in het najaar vele liefhebbers op Mariënwaerdt doen notenrapen.
Op het landgoed staan drie landhuizen, zeventien boerderijen waarvan veertien monumentale hofsteden en vele hooibergen en vloedschuren. De geschiedenis van Mariënwaerdt gaat terug tot 1129 toen er een Norbertijner abdij werd gesticht. De hoofdgebouwen van deze abdij waren te vinden aan ’t Klooster, op de plaats waar nu het Huis Mariënwaerdt staat. De naam Mariënwaerdt betekent het eiland (waard) van Maria. De stroomrug waarop het klooster gebouwd was lag als een eiland temidden van het lager gelegen land, dat het grootste gedeelte van het jaar onder water stond. Het klooster was een strenge Norbertijner orde. Het lag op een kwetsbare plek; op de grens van vier provinciën; Utrecht, Holland Gelre en Brabant en hier werd vaak gevochten en geplunderd. Het klooster werd meerdere malen verwoest en weer opgebouwd.
In 1567 kwam er een einde aan de kloostertijd met de verwoesting en plunderingen door de bendes van Brederode. Vervolgens heeft het landgoed honderd jaar te koop gestaan, alvorens het in 1734 gekocht werd door O.W.A. graaf van Bijlandt, de voorvader van de huidige eigenaren, de familie Van Verschuer. Hij bouwde het Huis Mariënwaerdt op de gewelven van de abdij. De kelders met kruisbogen van de oude abdij zijn nog steeds in het Huis Mariënwaerdt te vinden.








